Mijn herinneringen
In mijn peuterjaren was ik heel onbezorgd. Ik leefde in een eigen wereldje van prinsessen en tovenaars en kon me afsluiten voor de buitenwereld. Wel maakte ik opmerkingen over mensen die mijn ouders zeer verbaasden. Hoe kon ik dat nu weten, dat die persoon zo in elkaar zat? Dat soort dingen.
Vanaf mijn (ongeveer) 6e jaar veranderde ik: het onbezorgde verdween, ik kon me niet afsluiten voor sfeer/negatieve invloeden en werd er bang van. In die tijd kreeg ik van mijn moeder een pop die ze zelf gemaakt had: een holly hobby. De pop was groter als ikzelf en het was mijn 'grote zus' Als ik bang was, beschermde ze me en ze 'vertelde' hele wijze dingen over mensen of dingen waar ik voor bang voor was. De pop heeft heel veel van mijn tranen uit die tijd, mijn onbegrip over de harde wereld opgevangen en met haar leefde ik weer in mijn eigen wereldje. Mijn bed was vaak een boot, ver op een kalme zee en alleen zij was bij me.
Op de basisschool begon ik tegen dingen op te zien: schoolreisjes, feestjes, het vieren van mijn verjaardag (en in de belangstelling staan). Mijn lichaam verzette zich letterlijk tegen deze 'nieuwe' en 'enge' dingen en ik werd misselijk en begon te braken. Lichamelijk was er niet echt iets met mij aan de hand, maar ik bleef braken. Totdat er aan de situatie een einde kwam (ik kwam onder de 'dreiging' uit, want ik hoefde niet) of totdat ik me aan de situatie had aangepast (noodgedwongen). Mijn moeder wilde niet dat ik teveel van de 'leuke' dingen zou missen en stuurde mij toch naar school en dus moest ik toch mee op schoolreisje. De weg ernaartoe bracht ik brakend door. Mijn moeder heeft wat gefluister gehoord: "Ze stuurt een ziek kind gewoon naar school!", maar zij wist dat het overging als er voor mij geen 'ontsnapping' mogelijk was
Later, op de middelbare school (LEAO), waar de sfeer slecht was, werd het dagelijkse kost het braken. Er werden andere kinderen gepest en ik nam het voor ze op. Dat maakte mij ook niet bepaald populair, maar ik kon nogal fel uit de hoek komen, dus men liet mij met rust. Het was geen goede school, want ik weet nog als de dag van gisteren dat een van mijn klasgenoten een vraag stelde aan een leraar, die antwoordde: "Dat ga ik jou niet uitleggen, jij snapt het toch niet." Vreselijk vond ik dat! Alsof mijn eergevoel was aangetast, maar ik heb sindsdien nooit meer een vraag gesteld.
Mijn schoolresultaten waren heel goed en het viel natuurlijk wel op dat ik bepaalde problemen had die niet zo gemakkelijk op te lossen waren. Ik werd naar een Adviesdienst gestuurd waar ik getest werd. Zelf wist ik alleen maar dat ik een paar vragen moest beantwoorden. De vrouw die tegenover mij zat stelde mij hele domme vragen en ik gaf zo simpel mogelijk antwoord, omdat ik bang was dat ze me anders niet zou begrijpen.. ... De test wees dus uit dat de LEAO het maximaal haalbare was voor mij. Mijn ouders zagen mijn cijferlijst en wilde toch een andere, hogere school proberen. ("dat is dan uw eigen verantwoording, want volgens de test redt uw kind dat niet") Dat werd een speciale Mavo. Kleine klasjes, allemaal kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden en ik vond het vreselijk. Mijn nichtje had tegen me gezegd: "Dat zijn allemaal gekken daar" en dat bleef in mijn hoofd zitten. Toch deed ik het wel goed op die school. Leren was geen probleem, er waren wel veel probleem-kinderen die ik dan weer probeerde te helpen op mijn manier. Er waren ook zogenaamde 'populaire' meiden, die over iedereen heen waste. Dat pikte ik niet en ik kwam weer in de clinch met hen. (dus weer braken) Deze school signaleerde de problemen en ik ging naar een andere klas, waar ik inmiddels al vrienden had.
Na mijn examen was ik ervan overtuigd dat ik gezakt was. Maar wat schetste mijn verbazing: 9-ens en 8-en en het idee om naar de HAVO te gaan bestond al langer in mij, dus dat ging ik doen. Ik zou wel even bewijzen dat ik geen "gek" was. De oude school bleef mij begeleiden, wat ook wel prettig was. Wegens een operatie miste ik het begin van het schooljaar op de HAVO, waardoor ik later binnen kwam en de groepen zich gevormd hadden. Ik was de 31ste leerling en in de meeste klassen stonden 30 tafeltjes en stoelen.... Dus raadt eens wie er telkens een tafel en stoel moest gaan halen? Geen goed begin, want pas na een maand of 3 was het in de meeste lokalen geregeld dat ik een vaste plek had.... Ik sloot mij af voor de medeleerlingen, deed niet aan gymnastiek (en werd daar ook gewoon nooit gemist!) want dat was me al te sociaal. Ik deed de lessen en dat was het dan. Tussenuren ging ik naar huis, pauzes ging ik naar de kinderboerderij. Ik haalde de HAVO en kreeg enorme lof over mij heen van de adjunctdirecteur van de HAVO en mijn begeleider van de vorige school. Dat gaf wel een kick.
Ik wilde iets 'goeds' doen met mijn leven en besloot de opleiding voor A-verpleegkundige te gaan doen. Mijn moeder waarschuwde mij dat het teveel voor mij zou zijn, maar ik wilde graag. In die opleiding behoorde ik tot de populaire meiden in de klas. Een nieuwe ervaring voor mij, maar iedereen gedroeg zich daar volwassen. Een hele leuke tijd heb ik daar gehad, totdat we stages in het ziekenhuis gingen doen. Telkens een half jaar stage. De eerste 2 afdelingen gingen goed, op wat probleempjes na, daarna ging ik naar een afdeling waar ernstige zieke patienten lagen en daar ging het mis: ik nam het verdriet en de zorgen van de patienten letterlijk op mijn schouders en dreigde te bezwijken onder de last. Nog voor ik stage zou gaan lopen op de kinderafdeling haakte ik af. Voor het eerst in mijn leven een onafgemaakte opleiding...
Ik bleef in het ziekenhuis werken als weekend-voedingsassistente en door de weeks werkte ik in een verzorgingstehuis als schoonmaakster. In de avonduren deed ik een opleiding voor directiesecretaresse. In de schoonmaakdienst heb ik mijn sporen nagelaten. Ik stelde aan de kaak wat niet goed verliep, wat anders en efficienter kon en zelfs de leidinggevende kwam mijn adviezen vragen! In vergaderingen kwam ik voor mijn collega's en mezelf op en was behoorlijk assertief. Tevens leerde ik hoe er neer wordt gekeken op mensen die schoonmaakwerk doen.
Na wat geswitched te hebben in werkkring werk ik nog altijd in een groot farmaceutisch bedrijf. Ik ben daar begonnen als secretaresse en werk nu als Officer, een drukke baan. 's Avonds ben ik sowieso doodmoe, en voer ik weinig meer uit, vooral nu mijn baan druk en soms lastig is, merk ik dat ik moeier ben. Daarom werk ik ook 4 dagen en ben ik op woensdagen vrij.
Heb je vragen of wil je iets zeggen naar aanleiding van het verhaal van Marielle dan kun je haar persoonlijk mailen.
marielle_van_der_eem@hotmail.com
Natuurlijk kan je ook altijd één van ons mailen